BARF voeren: de complete gids voor hond en kat
Je staat met een lapje rauw vlees in je hand en je hond kijkt je aan alsof het kerst is. Maar hoeveel mag hij nu eigenlijk op, en wat moet er nog bij? BARF voeren lijkt ingewikkeld, tot je de verhoudingen een keer goed op een rijtje hebt.
Wat is BARF precies?
BARF staat voor Biologically Appropriate Raw Food. Sommige mensen lezen het ook als Bones and Raw Food, en eigenlijk kloppen beide uitleggen. Bij BARF stel je het menu van je hond, kat of fret zelf samen met rauw vlees, vleesbot en orgaanvlees. Je vult dit aan met extra's zoals groente, eieren of supplementen.
Het verschil met brokvoeding is dat jij de regie hebt. Jij bepaalt welke eiwitbronnen je voert, in welke verhouding, en hoe je dit opbouwt. Dat geeft veel vrijheid, maar betekent ook dat je zelf verantwoordelijk bent voor een compleet menu.
Veel mensen kiezen voor BARF omdat een hond of kat van oorsprong een vleeseter is. Het spijsverteringsstelsel van een hond vertoont nog steeds gelijkenissen met dat van een wolf. Veel eigenaren merken dat hun hond of kat rauw vlees goed verteert.
Naast BARF bestaat ook de NRV-methode. Hierbij voer je vooral hele prooidieren, zoals muizen, kwartels of eendagskuikens. In deze gids gaan we verder in op BARF.
Uit welke onderdelen bestaat een BARF-menu?
Een BARF-menu bestaat uit drie hoofdonderdelen: vleesbot, spiervlees en orgaanvlees. Daarnaast kun je het menu aanvullen met groente, fruit, eieren of supplementen. Een veelgebruikte verdeling is ongeveer 50% vleesbot, 30% spiervlees en 15% orgaanvlees, met de rest voor aanvullingen. Zie deze percentages als een vuistregel. Het exacte aandeel kan verschillen per dier en per levensfase.
Vleesbot
Vleesbot vormt de basis van het menu. Het is een bron van calcium en fosfor. Niet elk bot is geschikt, dus let altijd op de hardheid. Dragende botten, zoals een poot van een rund of paard, dragen het gewicht van het dier en zijn vaak te hard. Niet-dragende botten, zoals ribben, schouderbladen of nekken, zijn meestal zachter. Begin je net met BARF? Dan zijn kippennekken, kippenruggen of eendennekken een fijne start.
Een vleesbot bestaat zelf ook uit een mix van vlees en bot. Een veelgebruikte richtlijn is een verhouding van ongeveer 1:1 tussen vlees en bot. Bevat een bot weinig vlees, vul dit dan aan met extra spiervlees. Let ook op de ontlasting van je dier. Is deze erg hard, dan wijst dit vaak op te veel of te hard vleesbot in het menu. Verhit, bak of kook vleesbot nooit. Door verhitting wordt het bot brokkelig en kan het gaan splinteren.
Spiervlees
Spiervlees levert aminozuren, zink en vitamine B12. Het aandeel spiervlees in het menu hangt mede af van hoeveel vlees er al op de vleesbotten zit. Zit er veel vlees op het bot dat je voert, dan heb je minder los spiervlees nodig.
Orgaanvlees
Orgaanvlees bevat andere voedingsstoffen dan spiervlees en vleesbot. Wissel daarom af tussen hart, long, niertjes en lever, en bij honden ook pens. Pens geef je niet aan katten. Lever is een rijke bron van vitamine A. Juist daardoor geldt voor lever een vuistregel van maximaal 5% van het totale menu. Is de ontlasting van je dier juist erg dun, dan kan dit wijzen op te veel orgaanvlees in het menu.
Wist je dat... een teveel aan lever juist averechts kan werken? Lever bevat zoveel vitamine A dat een overmaat zich kan opstapelen in het lichaam. Daarom houden de meeste BARF'ers nooit meer dan 5% lever in het totale menu aan.
Aanvullingen: groente, eieren en supplementen
Je kunt het menu verder aanvullen met eieren, groente, fruit, zaden, oliën of supplementen. Deze aanvullingen leveren extra vitamines, mineralen, vezels of vetzuren. Voer je niet minstens één keer per week vis, dan kun je dit aanvullen met visolie.
Waarom variatie het verschil maakt
Variatie gaat niet alleen over vleesbot, spiervlees en orgaanvlees, maar ook over de diersoort. Wissel bijvoorbeeld af tussen rund, kip, lam en vis. Een vuistregel die veel BARF'ers aanhouden is minimaal vijf verschillende diersoorten in twee weken tijd, waarvan minstens één vissoort. Op die manier voorkom je tekorten die kunnen ontstaan als je steeds dezelfde eiwitbron voert.
Hoeveel BARF geef je per dag?
De hoeveelheid die je voert hangt af van de diersoort, de levensfase en hoe actief je dier is. Onderstaande tabellen geven een richtlijn in grammen per kilogram lichaamsgewicht.
Hond
| Levensfase | Hoeveeheid per dag | Hoe vaak voeren |
| Puppy tot 4 maanden | 50 gram per kg lichaamsgewicht | 4 maaltijden per dag |
| Puppy 4 tot 7 maanden | 40 gram per kg lichaamsgewicht | 3 maaltijden per dag |
| Puppy 7 tot 12 maanden | 30 gram per kg lichaamsgewicht | 2 maaltijden per dag |
| Volwassen hond | 25 gram per kg lichaamsgewicht | 1 of 2 maaltijden per dag |
| Actieve of kleine hond | 35 gram per kg lichaamsgewicht | 1 of 2 maaltijden per dag |
| Drachtige of zogende hond | 35 gram per kg lichaamsgewicht | 1 of 2 maaltijden per dag |
Kat
| Levensfase | Hoeveelheid per dag | Hoe vaak voeren |
| Kitten | 90 gram per kg lichaamsgewicht | 4 maaltijden per dag |
| Volwassen kat | 35 gram per kg lichaamsgewicht | 2 of 3 maaltijden per dag |
| Drachtige of zogende kat | 70 gram per kg lichaamsgewicht | 2 of 3 maaltijden per dag |
en kitten is, net als een puppy, nog een jong en groeiend dier. Het richtgetal van 90 gram per kg geldt zolang je kitten nog in de groei is. Een kat groeit sneller dan een hond en is meestal rond de 9 tot 12 maanden bijna op zijn volwassen gewicht. Rond die leeftijd kun je de hoeveelheid geleidelijk laten zakken richting het richtgetal voor een volwassen kat.
Dit zijn richtlijnen. Kijk naar het gewicht en de conditie van je dier, en stel de hoeveelheid bij waar nodig.
Van brokken naar BARF: zo stap je over
De overstap van brokken naar BARF gaat het soepelst met een rustig opbouwschema. De spijsvertering van je hond of kat heeft tijd nodig om te wennen aan rauw voer. Begin daarom liever niet meteen met een volledig BARF-menu, maar start eerst met KVV, kant-en-klaar vers vlees. Zo went je dier aan het verteren van rauw voer, voordat je verder gaat met BARF.
Onderstaand schema laat zien hoe je in acht dagen kunt afbouwen van brokken naar volledig rauw voer. Het voorbeeld gaat uit van een dagelijkse hoeveelheid van rond de 175 gram. Pas de hoeveelheden aan op het gewicht van je eigen dier.
| Dag | Brokvoeding | Rauwe voeding (KVV of BARF) |
| 1 en 2 | 75%, 1x 75 gram | 25%, 1x 45 gram |
| 3 en 4 | 50%, 1x 50 gram | 50%, 1x 85 gram |
| 5 en 6 | 25%, 1x 25 gram | 75%, 1x 130 gram |
| 7 en 8 | 0% | 100%, 2x 75-85 gram per maaltijd |
Wat heb je nodig om te BARFen?
Een vriezer is de eerste must-have, want BARF-vlees bewaar je bevroren. Daarnaast heb je een weegschaal nodig om de hoeveelheden goed af te wegen. Verdeel het vlees vooraf in losse porties. Dan pak je per voermoment maar één portie uit de vriezer, en kun je deze na het ontdooien direct voeren.
Hygiëne: zo werk je veilig met rauw vlees
Rauw vlees en prooidieren bevatten van nature bacteriën. Voor een gezonde hond, kat of fret zijn deze meestal geen probleem. Voor mensen, vooral jonge kinderen, ouderen of mensen met een verminderde weerstand, kunnen deze bacteriën wel voor klachten zorgen. Maak daarom regelmatig snijplanken, bakken en je handen schoon na contact met rauw vlees. Bewaar BARF-vlees altijd in de vriezer of koelkast, en nooit langere tijd op het aanrecht.
Veelgestelde vragen over BARF voeren
Kun je BARF combineren met brokken?
Dat kan. Veel eigenaren voeren bijvoorbeeld 's ochtends brokken en 's avonds BARF, of wisselen per dag af. Geef brokken en rauw voer wel los van elkaar, dus niet in dezelfde maaltijd. Ze vragen namelijk een andere spijsvertering.
Hoe ontdooi je BARF-vlees het beste?
Ontdooi BARF-vlees in de koelkast, en niet in de magnetron. Een magnetron ontdooit ongelijk en kan de voedingswaarde van het vlees aantasten.
Hoe lang kun je ontdooid BARF-vlees bewaren?
Bewaar ontdooid vlees niet langer dan een à twee dagen in de koelkast. Voer je het niet binnen die tijd op, vries het dan niet opnieuw in.
Kiyoh beoordeling